Kris Ketels

De voorbije jaren leerde ik stap bij stap dat eenvoudige en organische vormen m’n ding zijn. In de periode dat die organische vormen uitgroeiden tot ‘levende’ figuren, liet m’n gezondheid me in de steek. In klei en was bleef ik boetseren, maar het lukte niet. M’n figuren kregen niet de vrolijke uitstraling die ze verdienden. En toen boetseerde ik die ‘mandarijn’. Die mandarijn dat m’n leven plotsklaps overheerste zat niet meer alleen in m’n hoofd, ik kreeg het ‘in handen’.

Ik had iets om mee aan de slag te gaan! Eerst in stilte, therapeutisch bijna, dan werd het een bron van inspiratie, een thema. Ik koos voor het werken met pâte de verre, om de broosheid van ‘het zijn’, te benadrukken.